De Europese Natuurherstelverordening en het belang van grote bomen

Op maandag 23 februari werd het kabinet Jetten beëdigt. In het nieuwe coalitieakkoord staat geschreven: “We voeren de Natuurherstelverordening uit. De inzet richt zich, binnen de beschikbare middelen, onder andere op de vergroening van stedelijke gebieden (…).” Sinds de Europese Natuurherstelverordening (NHV) in de zomer van 2024 officieel van kracht werd is ook Nederland verplicht om er aan te voldoen. Maar nu er echt werk van wordt gemaakt biedt de NHV volop kansen voor grote bomen en beter boombeheer.

De NHV en het belang van bomen

Voor stedelijke bomen is vooral artikel 8 over natuurherstel in stedelijke omgeving van belang. Dit geeft onder andere aan dat er tot en met 2030  geen nettoverlies mag zijn in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte en stedelijke boomkroonbedekking ten opzichte van zomer 2024. Bovendien moet er vanaf 2031  een toenemende trend gerealiseerd worden in de totale nationale oppervlakte stedelijke groene ruimte, tot een ‘bevredigend niveau’ is bereikt. Stedelijke groene ruimte wordt overigens gedefinieerd als de totale oppervlakte van in steden of kleinere steden en voorsteden aangetroffen bomen, heesters, struiken, vaste kruidachtige vegetatie, korstmossen en mossen, vijvers en waterlopen. Bomen tellen hier dus ook mee, alsmede water. Ook groene daken en gevels worden meegenomen

Voor boomkroonbedekking geldt hetzelfde: geen nettoverlies tot en met 2030 en daarna een toenemende trend. Maar het grote verschil met het oppervlakte stedelijke groene ruimte is dat er vanaf 2031 niet nationaal maar lokaal wordt gekeken. Elke gemeente moet dus meer boomkroonbedekking realiseren.

Wat zijn de volgende stappen?

Er zijn nog wel wat vragen over de exacte toepassing van de NHV, ook omdat sommige centrale begrippen nog Europees en / of nationaal moeten worden gedefinieerd. Wat wordt er bijvoorbeeld bedoeld met een ‘stedelijk (ecosysteem)gebied’? Hier kunnen Europese indelingen worden gebruikt, maar ook Nederlandse classificaties. Het rijk werkt momenteel aan een nationaal Natuurplan en uitvoeringswetgeving voor toepassing van de NHV. In september 2026 moet een eerste versie van het Natuurplan bij de Europese Commissie worden ingediend. Na evaluatie en aanpassing moet het definitieve plan in het voorjaar van 2028 worden vastgesteld. Het ministerie Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is inhoudelijk verantwoordelijk voor artikel 8 en natuurherstel in het stedelijk gebied.

Lidstaten kunnen ervoor kiezen om stedelijke ecosysteemgebieden uit te sluiten van de totale nationale oppervlakte indien het aandeel stedelijke groene ruimte groter is dan 45% en het aandeel stedelijke boomkroonbedekking groter is dan 10%. Om na 2031 een toenemende trend in groen en boomkroonbedekking te documenteren moet er elke zes jaar worden gemeten, aan de hand van Copernicus satellietdata en eventueel ook nationale en gemeentelijke gegevens.

 

Wat is de huidige status in Nederlandse gemeenten?

Het Planbureau voor de Leefomgeving (2026) heeft een basismeeting uitgevoerd om te zien hoe de Nederlandse stedelijke gebieden ervoor staan. Eerst is gekeken welke van de 342 gemeenten er onder de definitie van stedelijk gebied vallen. Daarna heeft het PBL aan de hand van EU-data gemeten wat het huidige aandeel stedelijk groen en percentage boomkroonbedekking is in alle stedelijke gebieden. In de 301 stedelijke gemeenten voldoet momenteel 48% aan de drempelwaarde voor groen. Wanneer water wordt meegerekend groeit dit aandeel naar tweederde (66%). Een minimale boomkroonbedekking van 10% wordt gehaald door 48% van de gemeenten. Van alle stedelijke gemeenten voldoet 37% aan beide minimumcriteria en komt dus in aanmerking voor mogelijke uitsluiting van het meenemen in de totaaltelling. Maar zoals het PBL ook aangeeft zijn er aan uitsluiting risico’s verbonden, zoals mogelijke achteruitgang zonder monitoring, ongelijkheid binnen gemeenten en verlies van dataconsistentie. Het voorstel is om voorlopig te werken met een ‘risico- en aandachtsgroep’ voor gemeenten die net boven de drempelwaarden liggen. De aandachtsgroep betreft ook gebieden die een uitzonderlijk hoge waarden hebben, omdat die van groot belang zijn voor het landelijk gemiddelde en eventuele compensatie.

Kansen voor grote bomen

Voor het eerst worden er op Europees en daarmee ook nationaal niveau eisen gesteld aan boomkroonbedekking in onze steden. Tien procent is geen hoog aandeel, zeker niet vanuit het perspectief van de veel gebruikte 3+30+300-vuistregel die werkt met een streefwaarde van 30% boomkroonbedekking (op wijkniveau). De analyse van het PBL geeft bovendien aan dat ruim de helft van de stedelijke gebieden in Nederland momenteel zelfs de 10% niet haalt. Dit is problematisch gezien de essentiële bijdragen van bomen aan bijvoorbeeld verkoeling en onze gezondheid. Het is dus zaak voor gemeenten om hun boomkroonbedekking te behouden en uit te breiden, ook om na 2031 een toenemende trend te kunnen realiseren. Gemeenten zoals Groningen geven het goede voorbeeld. Het nieuwe Groningse bomenplan streeft op langere termijn naar 30% boomkroonbedekking in de bebouwde kom.

Grote winsten kunnen worden geboekt door bestaande bomen te behouden, beter te beheren en langer te laten leven. Op die manier kan de boomkroonbedekking door de huidige populatie worden vergroot. Groeiplaatsverbetering, goed beheer en boombescherming tijdens werkzaamheden zijn hiervoor cruciaal. Ook voor nieuwe aanplant zijn goede groeiplaatsen die bomen groter later worden van groot belang. Het Handboek Bomen biedt hiervoor belangrijke normen en richtlijnen. Ook kan er gewerkt worden met de landelijke bomennorm die ecosysteemdiensten van bomen koppelt aan het boomkroonvolume. Hopelijk komt dit driedimensionale perspectief straks ook aan bod in het nieuwe Natuurplan.

Bronnen

– Europese Unie, 2024. Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869. https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=OJ:L_202401991.

– Gemeente Groningen, 2025. Bomenplan Groningen. Een Urban Forest Master Plan. Groningen. https://gemeente.groningen.nl/bomenplan

– Norminstituut Bomen, 2022. Handboek Bomen. (Nieuwe versie wordt gepubliceerd in mei 2026.) Gouda. https://www.norminstituutbomen.nl/instrumenten/handboek-bomen/.

– Planbureau voor de Leefomgeving, 2026. Stedelijke ecosystemen en nulmeeting groen. Den Haag. https://www.pbl.nl/publicaties/stedelijke-ecosystemen-en-nulmeting-groen

– Vereniging van Nederlandse Gemeenten, 2025. Europese Natuurherstelverordening (NHV) en  Factsheet. Den Haag. https://vng.nl/nieuws/impact-europese-natuurherstelverordening-voor-gemeenten

Auteur

Cecil Konijnendijk is al meer dan 25 jaar actief Baten van Bomenin onderzoek, onderwijs en advies met focus op ‘urban forestry’, stedelijk groen en zogenaamde ‘nature-based solutions’. Momenteel woont hij in Barcelona, vanwaar hij het nieuwe Nature Based Solutions Institute leidt. Ook is Cecil bijzonder hoogleraar ‘urban forestry’ aan de Universiteit van Brits Columbia, Vancouver, Canada.