De waarde van grote bomen en goede groeiplaatsen in de stad

Er wordt tegenwoordig veel gesproken en geschreven over de belangrijke rol van bomen, vooral ook in een stedelijke omgeving. Maar niet alle bomen zijn hetzelfde. Uit onderzoek blijkt dat vooral oudere en grotere bomen van waarde zijn. Veel stadsbomen halen echter de 30 of 40 jaar niet, waarmee er veel potentiële ecosysteemdiensten verloren gaan. Maar hier kunnen we wat aan doen door tijdens de gehele levenscyclus van bomen meer aandacht te geven aan de groeiplaats.

Oudere bomen zijn van grote waarde

In 2022 publiceerde een onderzoeksgroep van de Katholieke Universiteit Leuven in België een interessante studie. Ze keken in Brussel naar de relatie tussen de aanwezigheid van bomen en het medicijnverbruik door inwoners voor mentale gezondheidsklachten. Uit de studie bleek dat het aantal bomen in de wijk niet direct van invloed was, maar dat de aanwezigheid van grotere bomen met meer kroonvolume gekoppeld was aan aanmerkelijk lager medicijnverbruik. Andere studies hebben de grootte van bomen (en vooral van hun kroon) gekoppeld aan een toename van bijvoorbeeld wateropname en -regulatie, iets wat van groot belang is in tijden van meer extreme neerslag. Ook worden er meer fijnstof en andere verontreinigende stoffen afgevangen door bomen met grotere kronen en dus meer bladoppervlak. Oudere bomen zijn daarnaast van grote waarde voor de biodiversiteit. Recent onderzoek laat zien dat oudere bomen minder koolstof opnemen dan snelgroeiende jonge bomen.

Grote bomen zijn dus van veel meer waarde dan kleine bomen, maar het kan wel even duren voor een stadsboom een behoorlijke omvang heeft bereikt, bijvoorbeeld omdat stedelijke groeiplaatsen vaak verre van optimaal zijn. Daarnaast duurt het ook wel even voor een stadsboom koolstofneutraal is, omdat er veel koolstof wordt verbruikt in de kwekerij, tijdens het transport naar de plaats van aanplant en gedurende de aanlegfase.

Focus op boomkronen

Ook uit het onderzoek dat aan de basis ligt van de Amerikaanse i-Tree-methode en de Landelijke Bomennorm (die laatste op basis van boomkroonvolume) blijkt de waarde van bomen met meer omvang. In mijn eigen 3+30+300 vuistregel leg ik hier ook de nadruk op, bijvoorbeeld door te vragen om tenminste 3 volwassen / significante bomen te kunnen zien vanuit elke woning, werkplaats, school en zorginstelling. Ook leveren grotere bomen een hoge bijdrage aan het realiseren van 30 procent boomkroonbedekking in elke wijk en dragen ze bij aan de hoogwaardige groengebieden die we allemaal binnen 300 meter wandelen van onze woning zouden moeten hebben. Er begint langzaam een verschuiving op te treden, zowel in Nederland als internationaal, van een nadruk op aantallen bomen naar het optimaliseren van boomkroonbedekking en boomkroonvolume. De Europese Natuurherstelverordening, besproken in het vorige artikel, richt zich ook specifiek op boomkroonbedekking. Hierbij kan een veel betere koppeling worden gemaakt met de diverse ecosysteemdiensten die worden geleverd en de waarden die deze vertegenwoordigen. i-Tree doet dit al jaren en recentelijk is door het Norminstituut Bomen ook de nieuwe EuroTrees tool geïntroduceerd die financiële waarde van een aantal ecosysteemdiensten (inclusief gezondheid) koppelt aan boomkroonvolume.

Wat kunnen we doen om bomen groter en ouder te laten worden?

Uiteraard begint het bij de keuze van de juiste boom(soort of -cultivar) voor de juiste plaats in de stad. Daarnaast is het essentieel dat er veel aandacht is voor een goede groeiplaats, met voldoende bodemvolume en goed substraat. De aanplant en aanleg moeten goed worden uitgevoerd, met voldoende nazorg en watergift gedurende de eerste jaren.

Er is echter vaak te weinig aandacht voor wat er later in het leven van een boom kan worden gedaan. Een boom die vitaal blijft levert jaarlijks ook meer ecosysteemdiensten. Denk bijvoorbeeld aan verkoeling: een gezonde boom met een volle kroon zorgt voor volop schaduw en ook evapotranspiratie, terwijl een boom onder stress veel slechter groeit en functioneert. Traditioneel wordt er binnen het boombeheer gekeken naar onderhoud door snoeien en ook het tegengaan van ziekten en plagen (meer en meer via geïntegreerde methoden).

Blijf werken met de groeiplaats

Ook op een latere ‘boomleeftijd’ moet er aandacht zijn voor de groeiplaats. Hierbij gaat het niet alleen om het beperken van stress op de boom door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden. Zijn er mogelijkheden om de groeiplaats te verbeteren, bijvoorbeeld wanneer de vitaliteit van bomen zichtbaar vermindert? Is de groeiplaats teveel verdicht? De behandelmethode van TFI Vitaler Groen is een goed voorbeeld van wat er mogelijk is. Eerst wordt de groeiplaats goed in kaart gebracht om te zien welke behandeling het meest effectief is. Door vervolgens met lage, pulserende druk nieuwe poriën in de bodem te maken en die te vullen met een zelfontwikkeld natuurlijk substraat, wordt de bodem geënt en de ontwikkeling van een duurzame bodemstructuur en een vitale bodem gestimuleerd. De boom krijgt hierdoor een boost die volgens onderzoek ruim tien jaar effect kan hebben. De methode is een mooi voorbeeld van de ontwikkelingen in de boombeheersector, waarbij de waarde van grotere, vitalere bomen – en van goede groeiplaatsen – wordt onderkend.

Auteur

Cecil Konijnendijk is al meer dan 25 jaar actief Baten van Bomenin onderzoek, onderwijs en advies met focus op ‘urban forestry’, stedelijk groen en zogenaamde ‘nature-based solutions’. Hij is directeur van het Nature Based Solutions Institute, honorair hoogleraar stedelijke bosbouw aan de University of British Columbia en hoofdredacteur van Arboriculture & Urban Forestry. In 2021 introduceerde hij het 3+30+300-principe voor groenere en gezondere steden. Cecil is International Fellow van zowel de Royal Swedish Academy of Agriculture and Forestry als het Institute of Chartered Foresters.