Hoe dragen bomen optimaal bij aan een hittebestendig Amsterdam?

Hoe zorgen we ervoor dat bomen niet alleen vandaag, maar ook over tientallen jaren bijdragen aan een gezonde en klimaatbestendige leefomgeving? Die vraag stond centraal in de presentatie van Louden Kremer, onderzoeker Natuur-inclusieve klimaat adaptatie bij Wageningen Environmental Research (WENR), tijdens de TFI-Studiedag op 11 juni 2026. Aan de hand van Amsterdam liet hij zien welke rol bomen kunnen spelen bij het tegengaan van hittestress en waarom een goede groeiplaats daarbij onmisbaar is.

Bomen en Amsterdam: een lange geschiedenis

Amsterdam en bomen zijn al eeuwenlang met elkaar verbonden. Historische kaarten en afbeeldingen laten zien dat bomen en grachten al sinds de drooglegging een integraal onderdeel waren van de stedelijke inrichting. Veel locaties waar vroeger bomen stonden, zijn nog steeds als boomlocatie in gebruik.

Amsterdam in 1662 door Daniel Stalpaert. Amsterdam voor de drooglegging van het centrum waarbij groen voor de eerste keer is opgenomen in de stadsplanning.

De rol van bomen is inmiddels breder geworden. Naast hun waarde voor het straatbeeld en de leefbaarheid leveren ze een belangrijke bijdrage aan klimaatadaptatie, bijvoorbeeld door schaduw en verkoeling.

Tegelijkertijd staat de ruimte voor bomen steeds meer onder druk. De stad wordt intensiever gebruikt en verschillende functies moeten met elkaar worden gecombineerd. Wegen, voet- en fietspaden, kabels en leidingen, gebouwen, water en groen concurreren om dezelfde beperkte ruimte. Volgens Kremer staat daardoor ook de gezondheid van bomen onder druk.

Multifunctionele kademuren

Een goed voorbeeld van deze strijd om ruimte bevind zich in, en achter de Amsterdamse kademuren. Veel kademuren zijn aan vervanging toe, terwijl de ondergrond al intensief wordt gebruikt. Binnen het onderzoeksproject Multifunctionele Kademuren, een samenwerking van onder meer het AMS Institute en de gemeente Amsterdam, wordt daarom onderzocht hoe deze vervangingsopgave kan worden benut om tegelijkertijd een duurzamere en klimaatbestendige stad te realiseren. Het project loopt van 2024 tot 2028.

Het uitgangspunt is multifunctionaliteit. Een nieuwe kademuur moet niet alleen technisch functioneren, maar waar mogelijk ook ruimte bieden aan bomen, biodiversiteit, infrastructuur en klimaatadaptatie.

Daarbij worden verschillende ontwerpen ontwikkeld en met elkaar vergeleken. Met behulp van Research Through Design en klimaatsimulaties wordt onderzocht welke ontwerpkeuzes het beste bijdragen aan een leefbare stad.

Research through design

De verkoelende werking van bomen

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek is het gebruik van ENVI-met, waarmee het stedelijke microklimaat kan worden gesimuleerd. Zo kan worden gekeken naar de invloed van groen op onder meer luchttemperatuur, oppervlaktetemperatuur, wind, gevoelstemperatuur.

De simulaties van een smalle Amsterdamse gracht laten duidelijk zien wat bomen kunnen betekenen. Zo loopt volgens de simulaties de gevoelstemperatuur tijdens een doorsnee zomerse dag op tot een gematigd of ernstige hitteklasse. In het meest verkoelende ontwerp met een vrijwel gesloten boomkroonbedekking nam het aandeel van de straat met geen tot minimale hittestress toe naar 87%.

Daarmee wordt duidelijk dat niet alleen óf er bomen staan van belang is, maar ook hoe ze binnen het groenontwerp in de stedelijke ruimte worden toegepast.

Liever gezonde bomen dan veel kleine bomen

Een van de belangrijkste conclusies uit de presentatie is dat het niet simpelweg gaat om het planten van zoveel mogelijk bomen. Gezonde, grote bomen kunnen veel meer bijdragen aan verkoeling dan een groot aantal kleine bomen.

Een grotere boom heeft immers een grotere kroon en kan daardoor een groter oppervlak beschaduwen. In de simulaties werd gekeken naar boomkronen met diameters van 7,5, 8,5 en 10 meter. Op verschillende analysepunten liep het berekende verschil in gevoelstemperatuur tussen een situatie zonder bomen en met bomen op tot bijna 10 °C. Bij een kroon van 10 meter werd bijvoorbeeld een verschil van 9,6 °C berekend direct aan de stam. Volgens dezelfde methode is de verkoeling in gevoelstemperatuur bij de bomen met een 7,5m en 8,5m boomkroon respectievelijk 6,6 graden en 8,1 graden.

De potentiële klimaatwaarde van een boom neemt dus sterk toe wanneer deze de ruimte krijgt om uit te groeien tot een vitale, grote boom.

De groeiplaats van nu bepaalt de toekomst

Daarmee komt de ondergrond nadrukkelijk in beeld. Kremer onderzoekt met een boomgroeimodel in hoeverre de groeiplaats bepalend is voor de uiteindelijke omvang van een boom. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het doorwortelbare volume, de boomhoogte, stamdiameter en kroondiameter.

De presentatie laat zien dat een groeiplaats van bijvoorbeeld 10, 25 of 40 m³ naar verwachting leidt tot verschillende ontwikkelingsmogelijkheden voor een boom. Meer doorwortelbare ruimte betekent meer potentieel voor boomgroei.

Ook bestaande bomen laten zien dat groeiplaatsverbetering effect kan hebben. In de presentatie worden beelden uit 2009 en 2024 van bomen langs Amsterdamse grachten naast elkaar gezet. De bomen hebben zich in die periode duidelijk ontwikkeld.

Een boom kan bovengronds pas groot en vitaal worden als hij ondergronds voldoende ruimte krijgt.

Groen ontwerp is klimaatontwerp

Naast boomgrootte speelt ook de stedelijke inrichting een belangrijke rol. De simulaties laten zien dat de oriëntatie van een gracht ten opzichte van de overheersende windrichting invloed heeft op het microklimaat. Wind kan de gevoelstemperatuur sterk beïnvloeden en moet daarom worden meegenomen bij de keuze waar vergroening het meeste effect kan hebben.

De eerste conclusies van het onderzoek zijn daarmee helder:

– groen ontwerp is cruciaal voor een leefbare stad;

– gezonde, grote bomen dragen meer bij aan verkoeling van stedelijk gebied dan veel kleine bomen;

– een gesloten boomkroon kan zorgen voor koele routes en verblijfsplekken;

– wind speelt een cruciale rol bij het prioriteren van grachten voor reconstructie;

– en voldoende groeiruimte is essentieel voor de ontwikkeling van grote, vitale bomen.

De waarde van een boom begint onder de grond

De presentatie van Louden Kremer maakt duidelijk dat de vraag “Hoeveel bomen planten we” onvoldoende de lading dekt. We moeten werken naar een integraal groenontwerp waarin omgevingsfactoren, zowel bovengronds als ondergronds meegewogen worden, om maximaal van de groene baten gebruik te kunnen maken. Plaats een boom op geschikte locaties waar je koelte wil creëren zoals een koele recreatieplek of koele bewegingsroute en houd rekening met de windrichting en schaduwen. Daarnaast moet ondergronds een geschikte groeiplaats verzorgd worden zodat de boom zich de komende decennia goed kan ontwikkelen. Op deze wijze ontwikkeld de boom zich net zo mooi groot als dat het ontworpen is en geeft het de gewenste positieve effecten.

Wie bomen wil inzetten als onderdeel van klimaatadaptatie, moet daarom niet alleen kijken naar het aantal bomen, maar naar hun verwachte toekomstige omvang, kroonbedekking en groeiplaats. Bovengrond en ondergrond moeten daarbij vanaf het begin samen worden ontworpen.

Een boom die vandaag wordt geplant, bepaalt immers mede het straatbeeld en het (micro)klimaat van de toekomst. De groeiplaats die we vandaag ontwerpen, bepaalt in belangrijke mate welke boom er over twintig, dertig of vijftig jaar staat – en hoeveel verkoeling die boom dan kan leveren.

De toekomst en waarde van een grote boom begint daarom onder de grond.

De hele presentatie horen? Bekijk de YouTube film:

OVER DE SPREKER

Louden Kremer is Onderzoeker Natuur-inclusieve klimaatadaptatie bij Wageningen Environmental Research (WEnR). Hij doet onderzoek naar hoe groen gebruikt kan worden in de stad om die steden veerkrachtiger en leefbaarder te maken in een veranderend klimaat. Hij doet dat vanuit zijn achtergrond in ruimtelijke planning en milieutechniek.